Welke zin is correct?
Which sentence is correct?
In een Nederlandse hoofdzin staat de persoonsvorm altijd op de tweede plaats. Je leert deze regel, inversie en vragen, zodat je niet meer de woordvolgorde van je eigen taal gebruikt.
In een Nederlandse hoofdzin geldt een heel duidelijke regel: de persoonsvorm staat altijd op de tweede plaats. In veel talen staat het werkwoord vaak aan het eind van de zin, maar in het Nederlands gaat het naar de tweede positie: Ik ga morgen naar Amsterdam.
Deze regel heet de 'V2-regel'. Bij het schrijven én bij het spreken op het examen kost dit onderwerp de meeste punten, dus oefen het goed.
Op de eerste plaats hoeft niet altijd het onderwerp te staan. Ook een tijd (morgen), een plaats (in Utrecht) of een ander zinsdeel kan de zin beginnen. Het werkwoord blijft dan op de tweede plaats en het onderwerp komt na het werkwoord. Dit heet inversie.
Let op: 'de eerste plaats' is niet één woord, maar één zinsdeel. In de zomer is drie woorden, maar het is maar één plaats.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Dit deel is voor leden.
Welke zin is correct?
Which sentence is correct?
Welke zin is correct?