Naar de inhoud
de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt

Wat betekent “trein”?

de trein

Meervoud: de treinen
Engelstrain

Dit woord krijgt “de”.

Voorbeeldzinnen

  • De trein naar Amsterdam vertrekt om tien uur.The train to Amsterdam leaves at ten o'clock.
  • Ik reis elke dag met de trein.I travel by train every day.

Uitdrukkingen

  • de trein nemento take the train
  • de trein missento miss the train
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Verkeer en reizen.
Start een game