Naar de inhoud
de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt

Wat betekent “fiets”?

de fiets

Meervoud: de fietsen
Engelsbicycle

Dit woord krijgt “de”.

Voorbeeldzinnen

  • Ik ga met de fiets naar mijn werk.I go to work by bike.
  • Zet je fiets in de fietsenstalling.Put your bike in the bicycle parking.

Uitdrukkingen

  • op de fietsby bike
  • je fiets op slot zettento lock your bike
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Verkeer en reizen.
Start een game