het-woordzelfstandig naamwoordA2
Wat betekent “kaartje”?
het kaartje
Meervoud: de kaartjesLettergrepen: kaart·jeEngelsticket
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Ik koop een kaartje bij de automaat.I buy a ticket at the machine.
Uitdrukkingen
- een kaartje kopento buy a ticket
- een retourtjea return ticket
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Verkeer en reizen.
Start een game