Welke zin is correct?
Which sentence is correct?
In bijzinnen die beginnen met voegwoorden zoals dat, als, toen en hoewel staat het werkwoord achteraan. Zo leer je langere zinnen maken die goed op elkaar aansluiten.
Op B1-niveau moet je lange zinnen maken die goed op elkaar aansluiten. Daarvoor gebruik je bijzinnen (bijzinnen): Ik denk dat het morgen gaat regenen.
De belangrijkste regel van de bijzin is simpel: de persoonsvorm en de andere werkwoorden gaan naar het eind van de zin. Spreek je een taal waarin het werkwoord ook achteraan staat, dan ken je deze regel eigenlijk al.
Na al deze voegwoorden gaat het werkwoord naar het eind. Vraagwoorden (waar, wanneer, hoe, wie) doen hetzelfde in indirecte vragen: Weet u waar het station is?
| Voegwoord | Functie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| dat | wat iemand zegt, denkt of weet | Ik weet dat hij ziek is. |
| omdat | reden | …omdat ik geen tijd heb. |
| als | voorwaarde; tijd (nu of later) | Als het regent, blijf ik thuis. |
| toen | tijd (in het verleden, één keer) | Toen ik jong was, woonde ik in Konya. |
| terwijl | op hetzelfde moment | Ik luister naar muziek terwijl ik kook. |
| nadat | eerst dit, daarna iets anders | Nadat ik had gegeten, ging ik weg. |
| hoewel | tegenstelling | Hoewel het koud is, ga ik fietsen. |
| of | indirecte ja/nee-vraag | Ik weet niet of hij komt. |
Staan er in de bijzin meer werkwoorden, dan gaan ze allemaal naar het eind: …dat hij morgen moet werken. In het perfectum zijn twee volgordes goed: …dat hij gisteren heeft gewerkt of …dat hij gisteren gewerkt heeft. Scheidbare werkwoorden schrijf je aan elkaar: …omdat ik om zes uur opsta.
Begin je met de bijzin, dan neemt de bijzin de eerste plaats in en begint de hoofdzin met het werkwoord: Als ik tijd heb, kom ik langs. Het patroon 'werkwoord, werkwoord' in het midden (heb, kom) laat zien dat je de zin goed hebt gebouwd.
Met een betrekkelijke bijzin geef je meer informatie over een zelfstandig naamwoord. Na de-woorden gebruik je die, na het-woorden dat; in het meervoud altijd die.
Ook in een betrekkelijke bijzin staat het werkwoord achteraan. De betrekkelijke bijzin komt direct na het zelfstandig naamwoord, niet ervoor: de man die daar staat.
Op het schrijf- en spreekexamen laten zulke zinnen je niveau zien.
In veel talen vertaal je deze drie woorden met hetzelfde woord, maar in het Nederlands is er een verschil.
toen: iets wat één keer in het verleden is gebeurd (Toen ik klein was, …). als: nu, in de toekomst of in de betekenis 'als dit zo is' (Als ik klaar ben, bel ik je.). Voor dingen die in het verleden vaker gebeurden, gebruik je ook als of wanneer: Als het regende, bleven we binnen. wanneer is ook een vraagwoord: Wanneer kom je?
Het werkwoord achteraan zetten in een bijzin is voor veel mensen niet zo moeilijk; het echte gevaar is dat je de regel van de hoofdzin in de bijzin gebruikt: Ik denk dat hij is ziek is fout, Ik denk dat hij ziek is is goed.
Begin de hoofdzin na een bijzin ook niet met het onderwerp: Als het regent, ik blijf thuis is fout, Als het regent, blijf ik thuis is goed.
Welke zin is correct?
Which sentence is correct?
Welke zin is correct?