Naar de inhoud
Grammatica · Onderwerp 1B17 vragenongeveer 15 minutenGratis

Bijzinnen: het werkwoord achteraan

In bijzinnen die beginnen met voegwoorden zoals dat, als, toen en hoewel staat het werkwoord achteraan. Zo leer je langere zinnen maken die goed op elkaar aansluiten.

Uitleg

Waarom bijzinnen?

Op B1-niveau moet je lange zinnen maken die goed op elkaar aansluiten. Daarvoor gebruik je bijzinnen (bijzinnen): Ik denk dat het morgen gaat regenen.

De belangrijkste regel van de bijzin is simpel: de persoonsvorm en de andere werkwoorden gaan naar het eind van de zin. Spreek je een taal waarin het werkwoord ook achteraan staat, dan ken je deze regel eigenlijk al.

Veelgebruikte voegwoorden

Na al deze voegwoorden gaat het werkwoord naar het eind. Vraagwoorden (waar, wanneer, hoe, wie) doen hetzelfde in indirecte vragen: Weet u waar het station is?

VoegwoordFunctieVoorbeeld
datwat iemand zegt, denkt of weetIk weet dat hij ziek is.
omdatreden…omdat ik geen tijd heb.
alsvoorwaarde; tijd (nu of later)Als het regent, blijf ik thuis.
toentijd (in het verleden, één keer)Toen ik jong was, woonde ik in Konya.
terwijlop hetzelfde momentIk luister naar muziek terwijl ik kook.
nadateerst dit, daarna iets andersNadat ik had gegeten, ging ik weg.
hoeweltegenstellingHoewel het koud is, ga ik fietsen.
ofindirecte ja/nee-vraagIk weet niet of hij komt.

Werkwoorden achteraan, inversie in de hoofdzin

Staan er in de bijzin meer werkwoorden, dan gaan ze allemaal naar het eind: …dat hij morgen moet werken. In het perfectum zijn twee volgordes goed: …dat hij gisteren heeft gewerkt of …dat hij gisteren gewerkt heeft. Scheidbare werkwoorden schrijf je aan elkaar: …omdat ik om zes uur opsta.

Begin je met de bijzin, dan neemt de bijzin de eerste plaats in en begint de hoofdzin met het werkwoord: Als ik tijd heb, kom ik langs. Het patroon 'werkwoord, werkwoord' in het midden (heb, kom) laat zien dat je de zin goed hebt gebouwd.

  • Hij zegt dat hij de brief niet heeft gekregen.He says that he hasn't received the letter.
  • Toen ik in Nederland aankwam, sprak ik geen Nederlands.When I arrived in the Netherlands, I didn't speak any Dutch.
  • Als je vragen hebt, kun je mij altijd bellen.If you have questions, you can always call me.

Betrekkelijke bijzinnen: die en dat

Met een betrekkelijke bijzin geef je meer informatie over een zelfstandig naamwoord. Na de-woorden gebruik je die, na het-woorden dat; in het meervoud altijd die.

Ook in een betrekkelijke bijzin staat het werkwoord achteraan. De betrekkelijke bijzin komt direct na het zelfstandig naamwoord, niet ervoor: de man die daar staat.

  • De man die daar staat, is mijn buurman.The man who is standing there is my neighbour.
  • Het formulier dat u heeft ingevuld, is niet compleet.The form that you filled in is not complete.
  • De kinderen die hier wonen, gaan naar dezelfde school.The children who live here go to the same school.

Zinnen zoals op het examen

Op het schrijf- en spreekexamen laten zulke zinnen je niveau zien.

  • Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen goed Nederlands leren.I think it's important that my children learn Dutch well.
  • Hoewel het werk zwaar is, vind ik het leuk.Although the work is hard, I enjoy it.
  • Kunt u mij vertellen hoe laat de winkel opengaat?Can you tell me what time the shop opens?
  • Ik weet niet of ik morgen kan komen.I don't know whether I can come tomorrow.
toen, als, wanneer

In veel talen vertaal je deze drie woorden met hetzelfde woord, maar in het Nederlands is er een verschil.

toen: iets wat één keer in het verleden is gebeurd (Toen ik klein was, …). als: nu, in de toekomst of in de betekenis 'als dit zo is' (Als ik klaar ben, bel ik je.). Voor dingen die in het verleden vaker gebeurden, gebruik je ook als of wanneer: Als het regende, bleven we binnen. wanneer is ook een vraagwoord: Wanneer kom je?

De gewoonte van de hoofdzin

Het werkwoord achteraan zetten in een bijzin is voor veel mensen niet zo moeilijk; het echte gevaar is dat je de regel van de hoofdzin in de bijzin gebruikt: Ik denk dat hij is ziek is fout, Ik denk dat hij ziek is is goed.

Begin de hoofdzin na een bijzin ook niet met het onderwerp: Als het regent, ik blijf thuis is fout, Als het regent, blijf ik thuis is goed.

Woorden die je moet kennen

  • de bijzinsubordinate clause
  • de hoofdzinmain clause
  • datthat
  • alsif, when
  • toenwhen (in the past)
  • terwijlwhile
  • hoewelalthough
  • zodraas soon as

Voorbeeldvragen

1 / 7
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Welke zin is correct?

Which sentence is correct?

dat begint een bijzin; de persoonsvorm (komt) gaat helemaal naar het eind van de zin.

Test jezelf

1 / 7
0 van 7 beantwoord · 0 goedJe antwoorden worden op dit apparaat bewaard.
Afbeelding bij de vraag
Vraag 1

Welke zin is correct?

Kies een antwoord

Mijn antwoorden