werkwoordA2
Wat betekent “trouwen”?
trouwen
Verleden tijd: trouwde – trouwdenPerfectum: is getrouwdEngelsto marry
Voorbeeldzinnen
- Wij zijn in 2018 getrouwd.We got married in 2018.
- Ze trouwen volgend jaar in Rotterdam.They are getting married in Rotterdam next year.
Uitdrukkingen
- trouwen met iemandto marry someone
- getrouwd zijnto be married
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Mensen en familie.
Start een game