Naar de inhoud
de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt

Wat betekent “familie”?

de familie

Meervoud: de familiesLettergrepen: fa·mi·lie
Engelsfamily

Dit woord krijgt “de”.

Voorbeeldzinnen

  • Mijn familie woont in Turkije.My family lives in Turkey.
  • Komt je familie vaak op bezoek?Does your family often come to visit?

Uitdrukkingen

  • bij familie logerento stay with relatives
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Mensen en familie.
Start een game