de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt
Wat betekent “dokter”?
de dokter
Meervoud: de doktersLettergrepen: dok·terEngelsdoctor
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Ik moet naar de dokter.I have to go to the doctor.
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Gezondheid.
Start een game