In 30 dagen klaar voor het inburgeringsexamen: een plan per week
Nog een maand tot je examen? Geen paniek. Met dit plan oefen je elke dag 45 minuten en verdeel je je tijd goed over KNS, Lezen en Spreken.
Het Basisexamen Inburgering Buitenland bestaat uit drie onderdelen en elk onderdeel vraagt om een andere vaardigheid. Voor KNS heb je kennis en een goed visueel geheugen nodig, voor Lezen nauwkeurig lezen en voor Spreken vooral oefening met praten. Daarom werkt het in een plan van 30 dagen beter om elke week aan alle drie te werken dan om ze een voor een af te ronden.
Week 1: leg de basis
In de eerste week wil je vooral je niveau ontdekken. Maak van elk onderdeel één proefexamen en noteer je resultaten. Lees daarna elke dag twee onderwerpen uit de KNS-uitleg.
- Maandag: KNS-proefexamen 1 en je uitslag doornemen
- Woensdag: Lezen-proefexamen 1, markeer je fouten in de tekst
- Vrijdag: beantwoord 10 Spreken-vragen hardop
Week 2 en 3: focus op je zwakke punten
Verdeel je tijd op basis van de resultaten van week 1. Besteed de helft van je dagelijkse tijd aan het onderdeel waarop je het laagst scoorde.
| Dag | Focus | Tijd |
|---|---|---|
| Maandag | KNS-onderwerpen herhalen + 1 proefexamen | 45 min |
| Dinsdag | Lezen: 2 teksten, vragen met tabellen | 40 min |
| Woensdag | Spreken: 10 vragen hardop beantwoorden | 30 min |
| Donderdag | Woordgames + zwak onderwerp | 30 min |
Week 4: generale repetitie
Doe in de laatste week minstens twee keer de volledige simulatie van het echte examen. Als je de volgorde en de tijdsdruk van de examendag al eens hebt meegemaakt, ben je minder zenuwachtig.
- Maak de simulatie rond hetzelfde tijdstip als je examen.
- Leg je telefoon in een andere kamer en neem geen pauze.
- Verdeel de twee zwakste onderwerpen uit je uitslag over de laatste drie dagen.
De dag voor het examen
Begin niet aan nieuwe onderwerpen. Een korte ronde woordgames, een paar Spreken-vragen hardop herhalen en op tijd naar bed leveren veel meer punten op dan op het laatste moment nog stampen.