de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt
Wat betekent “winkel”?
de winkel
Meervoud: de winkelsLettergrepen: win·kelEngelsshop
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- De winkel gaat om negen uur open.The shop opens at nine o'clock.
- Op zondag zijn veel winkels open.Many shops are open on Sunday.
Uitdrukkingen
- naar de winkel gaanto go to the shop
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Winkelen en geld.
Start een game