werkwoordA1 · veelgebruikt
Wat betekent “werken”?
werken
Verleden tijd: werkte – werktenPerfectum: heeft gewerktEngelsto work
Voorbeeldzinnen
- Ik werk vier dagen per week.I work four days a week.
- Zij werkt in de zorg.She works in healthcare.
Uitdrukkingen
- parttime werkento work part-time
- fulltime werkento work full-time
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Werk.
Start een game