de-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt
Wat betekent “week”?
de week
Meervoud: de wekenEngelsweek
Dit woord krijgt “de”.
Voorbeeldzinnen
- Volgende week heb ik vakantie.Next week I'm on holiday.
- De cursus duurt tien weken.The course lasts ten weeks.
Uitdrukkingen
- volgende weeknext week
- vorige weeklast week
- per weekper week
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Tijd en weer.
Start een game