het-woordzelfstandig naamwoordA1 · veelgebruikt
Wat betekent “paspoort”?
het paspoort
Meervoud: de paspoortenLettergrepen: pas·poortEngelspassport
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- Neem uw paspoort mee naar de afspraak.Bring your passport to the appointment.
- Mijn paspoort is verlopen.My passport has expired.
Uitdrukkingen
- een paspoort aanvragento apply for a passport
- een geldig paspoorta valid passport
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over Gemeente en officiële zaken.
Start een game