Naar de inhoud
de-woordzelfstandig naamwoordA2

Wat betekent “cursus”?

de cursus

Meervoud: de cursussenLettergrepen: cur·sus
Engelscourse

Dit woord krijgt “de”.

Voorbeeldzinnen

  • Ik volg een cursus Nederlands.I'm taking a Dutch course.

Uitdrukkingen

  • een cursus volgento take a course
Oefen dit woord met een gameEen korte woordquiz met de 15 woorden over School en taal.
Start een game
Wat betekent de cursus? · kanaal